025

   
   Nog eerder schiet de maan los uit haar baan
of brandt de zon in zwarte sintels uit
dan dat dit ogenblik zal overgaan:
ik geef mijn woord als spreuk, een aards besluit
dat in de hemelen haar naam ontsluit,
eindeloze eenheid die niet begint,
onomgevendheid dat aan tijd ontspringt,
liefde die in zichzelf de liefde mint,
& al de ruimte in haar grondtoon dwingt:
Lais is hier, het niets dat alles vindt.

022

   Het gezochte wil gevonden worden,
het verborgene onthuld. Elk afscheid
wil hereniging, elk einde wil worden
van zichzelf 't begin, eenheid in de tijd.
   Ook de liefde wordt gevoed door haat & nijd.
   Alle dingen hier op aarde dingen
naar de eenvoud, waar zij nog van zingen.
In elke vreugde zit een kern van spijt:
takken waaraan rotte vruchten hingen
botten weer, scheuten van vergetelheid.

019

   Als alles zo aan alles raken zou,
zoals haar lichaam toen aan het mijne,
dan was er niemand meer die nog wat wou.
   Niet één oord, geen tijd kon nog verdwijnen:
elke plaats was reeds ter plaatse, lijnen
werden punt, naar het punt ging alles heen.
   Maar nu zie ik alleen hoe zij verdween,
van al wat was niets meer nog in leven
& waar wij waren niets, van ons geen een.
   Het eeuwige hier duurt slechts heel even.

018

   Haar mond, haar kijken zo oneindig rond,
het raken van haar arm aan de mijne,
geur van huid waaruit zij zonneklaar ontstond,
haar glijden glorieus, haar lichaamslijnen,
waarin ik als passage wou verdwijnen,
zij, die niets van haar, ik die niets van mij
weerhield, haar ogen hel, haar hemel wij :
die weelde leende ik , & ik betaal -
met eenzaamheid als interest erbij -
sindsdien 't verleden af met dode taal.

014

   Hier is alles. De nachten stapelen
de lagen donker op de lagen zwart
& hun duister komt de dag insijpelen,
maakt de ruimte droef & klein & hard.
   Ik leef mij in: een cijfer is mijn hart
dat telt de wereld af & op terug.
   Ik gun de toekomst slechts mijn rug
& draai het vlieden van verleden om.
Sterren suizen naar hun godsoorsprong. Vlug:
niets is hier, daar is zij, alles wederom.

010

   Achterwaarts bevrijding in de lucht beziet
de nacht, nu ik mij boven zee & land
verhef & haar ontwakend strelen kom. Meilied
van licht dat haar kamer inklatert, hand
die haar het buiten openschuift & zand
kust uit slaapogen mijn tijdstong van vuur,
windfris aanvat op haar huid het spreekuur:
  "Dame: dit is jouw dag, ik ben erin,
ik schitter thuis in jouw haar, ik bestuur
jouw lach & spin mijn zon jouw leven in".