029

   Men zegt: het leed gaat weg in ledigheid.
In de stilte is de zucht een donderslag.
   Liefde is een slak op het vlak van tijd
(de toekomst is al haat & schuldbeslag).
   Eerst waren er de handen & een lach.
   Dan likte ik van lippen eeuwigheid.
   Ik gaf haar de bloem onsterfelijkheid.
   De glinsterogen toen ik bij haar lag,
werden uitbetaald in huiselijkheid.
   Toen volgde er noodzakelijk ontslag.