77

Ik zie mij zwemmen gevangen in mijn
zwemmen, mijn lijf een bundel baleinen:
het blauw krijgt het roze moeiteloos klein
& meewarig als woorden dolfijnen
met gebaren van vin redden mij.
   Tot zout droogt de zee de zon op mijn huid
& zie bij scheepsflard, maan & meeuwgeluid
vochtige dijen dansen & vormen
mijn willoosheid om tot vaststaand besluit:
in haar land blijf ik vrij van uw stormen.

027

   Lais is land dat nooit door iemand is
benoemd. Er bestaan woorden over haar
die zwellen op tot zwermen puur gemis,
geheim verborgen in een handgebaar:
Lais gebeurt, maar niemand neemt haar waar.
   In antieke verzen uitgeschreven
lees ik haar exclusief tot leven.
De preveldamp verbergt gevaar: die gek
daar, die in de spiegel staat te beven.
Ik kribbel snel haar naam als letterhek.