77

Ik zie mij zwemmen gevangen in mijn
zwemmen, mijn lijf een bundel baleinen:
het blauw krijgt het roze moeiteloos klein
& meewarig als woorden dolfijnen
met gebaren van vin redden mij.
   Tot zout droogt de zee de zon op mijn huid
& zie bij scheepsflard, maan & meeuwgeluid
vochtige dijen dansen & vormen
mijn willoosheid om tot vaststaand besluit:
in haar land blijf ik vrij van uw stormen.

044

   Ik zie haar lopen in een tulpenveld,
de zon verbleekt heur haar tot schittering,
zij breekt mijn blindheid open met geweld,
verdaagt mijn zwart, er komt een glinstering,
& ik bezwijk voor haar betovering.
   Er komt een oproer in mijn barre land,
de kleuren rukken op van aan de rand:
karmijn, turkooizen, roze, Pruisisch blauw
haar oker zet hen allen naar de hand,
met glans verslaat haar gouden maat het grauw.