073

   De zon staat hoog, een zang te zinderen
stijgt de heldere hemel in, ik hoor
haar stem de woorden strelen, vlinderen
van klank tot klank, klateren in 't  oor,
& ook van huid & haar de geur dringt door.
  Ik verscheur de sluier werkelijkheid,
ontdoe mij schamper van de lelijkheid,
erken slechts zon & zang & zij als bron:
onaangedane gulheid, wreedheid, alheid,
godin bij wie elk einde ooit begon.