83

Een speld van git bij parels kornalijn,
granaat en amber. Daar donker diep klaart
haar hals uit met van geuren een gordijn
en krult een lok die wit gefonkel gaart
voor mij die als een god op aard bedaard
haar zich voor mij ontdoen ziet van die praal.
  Zo uit een zijden kleed stapt haar verhaal,
zo ster die in mijn armen branden gaat,
van elk idee belichaamd ideaal,
zo is Lais die stralend voor mij staat.
Advertenties