070

   Zwarte aarde in mijn okeren hand
&, bloedomslotene, git om mij heen,
duister dat mij bepaalt in haar verband,
donkerrood waar licht in grond verdween,
rottend groen, dwalende gestalten, geen
geheugen van haar levenswoekering.
   De naam klonk luid, de echo is gering.
   Enig erts roest in de kramp van mijn hand
alsof van waarde nog herinnering
bestond. Zinloos gebaar, alles wordt zand.