006

  De kale takken met hun strak gebinte
prikken blind in de letters dichte mist:
er rest ons niets van het beminde,
gans het verleden werd tot wit gewist,
slechts wij herkennen nog wat niemand mist.
  Wij werden traag van zin & zijn ontdaan:
zij werd aanroeping, naam voor onbestaan,
 'wij' werd mijn lijf, een sterfte in de tijd.
  Ik heb al lang mijn ogen toegedaan
Ik zie het wit & wat ik was & spijt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s